Onderzoek Martin Claes

Zelfkennis, vorming en therapie bij Augustinus

september 2007 - september 2011

Als voormalig docent in de retorica, was Augustinus’ denken in hoge mate gevormd door klassieke literatuur en werken van denkers uit de oudheid. Dit is vooral zichtbaar in zijn vroege werken, maar – op een meer uitgebalanceerde wijze – ook in zijn latere werk. In dit onderzoek worden filosofische noties onder de loep genomen die door Augustinus als beelden worden gebruikt om het proces van menselijke omvorming te beschrijven en zijn lezers aan te sporen zich eveneens op deze weg in de interioriteit te begeven.

Allereerst betreft het Augustinus’ fascinatie door het zelf en zelfkennis als vindplaats van God, tegen de achtergrond van de filosofische traditie ontstaan uit interpretaties van het Delphische gnoti seauton. Deze weg naar zelfkennis blijkt een levensweg te zijn, waarbij studie (disciplinae) en levensordening de menselijke geest door training en oefening (exercitiatio mentis), maar ook door zelfinzicht (humilitas) geschikt maken om God te aanschouwen. Kenmerkend voor bisschop Augustinus is dat hij zijn lezer en gesprekspartners wel op dit spoor zet, maar hen tevens duidelijk maakt dat niemand God kan aanschouwen tijdens dit leven.

Augustinus beschrijft en verklaart dit proces als een genezingsproces waarbij hij aanvankelijk veelvuldig gebruik maakt van beelden uit de filosofische therapeutische traditie, maar deze later uitwerkt naar het beeld van Christus medicus, maar ook van de Bijbel als geneesmiddel.

Om ontwikkelingen in het denken van Augustinus zichtbaar te maken is gekozen voor een chronologische close-reading van relevante teksten uit het oeuvre van Augustinus: De beata vita, De ordine, Soliloquia, De magistro, De doctrina christiana en De Trinitate. Deze teksten worden bestudeerd tegen de achtergrond van relevante filosofische en retorische literatuur die Augustinus’ denken hebben gevormd. Hierbij is er met name aandacht voor de wijze waarop Augustinus deze uit zijn intellectuele omgeving afkomstige noties omvormt en toepast in zijn eigen discours.

English summary. As studies of Michel Foucault, Pierre Hadot and Richard Sorabji have shown, mental training and spiritual exercise was a generally accepted practice in philosophical schools (Platonism, Stoa, Epicurism, Neo-platonism) Traces of the reception of this practice have been found in early monastic ascetism. (Evagrius, Johannes Climacus) Exercitatio mentis is generally defined as a series of (intellectual) mental exercises performed in order to strengthen the soul, whose activity often was described with help of metaphors of vision. The focus of this research project is on Augustine’s reception of this pedagogical practice of exercitatio mentis in his early work written during his stay in Cassiciacum and (immediately) afterwards. Augustine’s reception of exercitatio mentis is studied with help of a close-reading of selected texts (De beata vita, De ordine Soliloqiuia, De immortalitate animae, De quantitate animae, De magistro and De doctrina Christiana) against the background of texts which formed the essentials of Augustine’s intellectual development (Plato, Cicero, Seneca, Plotinus, etc). Chapters on exercitatio mentis and ethics, ordo, self-knowledge and learning/teaching major aspects of Augustine’s reception of this tradition will present the outcome of the project.

Begeleiders:

  • Prof. dr. Willemien Otten
  • Prof. dr. Paul van Geest

U kunt hier doorklikken naar de medewerkerspagina van Martin Claes .