Lucepedia

Digitale theologische encyclopedie

Verantwoordelijke redacteur dossier: Liuwe Westra
Dossiers » Wijding en ambten: Traditio apostolica » introductie » Wijding en ambten: Traditio apostolica

Wijding en ambten: Traditio apostolica

We vinden in teksten van vroegchristelijke auteurs uit de eerste vijf eeuwen wel enkele aanwijzingen over het ritueel van de priesterwijding, maar geen samenhangende beschrijving, laat staan gebedsteksten. De oudste teksten die we hebben, vinden we in de Latijnse vertaling van de Traditio Apostolica.


De Traditio apostolica


Deze tekst, die oorspronkelijk in het Grieks is geschreven, is alleen in fragmenten en latere vertalingen en bewerkingen bewaard gebleven. De Latijnse vertaling, die zelf ook niet volledig is overgeleverd, wordt algemeen als de oudste beschouwt, en blijft dicht bij het oorspronkelijke Grieks, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de vele Griekse constructies die overgezet zijn naar het Latijn.

Men gaat er tegenwoordig algemeen van uit dat er niet één auteur is aan te wijzen van dit werk, maar dat het een compilatie is van allerlei bestaande gebeden en teksten. Het materiaal is afkomstig van verschillende gebieden, zowel uit het oosten als ook uit Rome, en stamt van het midden van de tweede eeuw tot het midden van de vierde eeuw. De verzameling is niet in gebruik geweest voor één christelijke gemeente als een soort missaal, maar werd zeer wijd verbreid gebruikt als bron voor liturgische teksten, zowel in het Oosten als in het Westen.

Welk beeld krijgen we van de wijding in de Traditio Apostolica? Als elementen van de wijding kan men aanwijzen: de keuze (electio), de handoplegging (manus impositio) en het wijdingsgebed. De Traditio bevat drie wijdingsgebeden: één voor de bisschop, één voor de presbyter en één voor de diaken.

De teksten en gebeden


Over de bisschoppen
Laat hij bisschop gewijd worden die gekozen is door heel het volk, en wanneer hij genoemd is en geaccepteerd door allen, zal hij het volk bijeen laten komen samen met het presbyterium en met dezen, die als bisschop aanwezig zijn, op de dag des Heeren. Als allen ermee instemmen, leggen zij hun handen op hem, en het presbyterium staat erbij in stilte. Laten allen zich stil houden, in hun hart biddend voor de nederdaling van de Heilige Geest. Laat vervolgens één van de aanwezige bisschoppen, gevraagd door allen, terwijl hij zijn handen legt op hem, die gewijd wordt, bidden aldus zeggend:

God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Vader van het medelijden en God van alle troost (2Kor. 1,3), die woont in den hoge en op het nederige neerkijkt (Ps. 113, 5-6), die alles kent voordat het ontstaat (Dan. 13, 42), Gij die regelingen gegeven hebt aan uw kerk door het woord van uw genade (Hand. 20,32), die vanaf het begin een geslacht van rechtvaardigen van Abraham hebt voorbestemd, die leiders en priesters hebt aangesteld, die uw heiligdom niet zonder dienstambt hebt gelaten, U, wie het vanaf het begin van de wereld zeer heeft behaagd om in/door dezen verheerlijkt te worden, die Gij hebt uitgekozen (Eph. 1, 4-6): stort nu uit die macht, die van U komt, van de geest van leiderschap (Ps. 51, 14), die Gij hebt gegeven aan uw geliefde Zoon Jezus Christus, die Hij aan de heilige apostelen heeft gegeven, die de kerk hebben gesticht op elke plaats als uw heiligdom, tot de onophoudelijke roem en eer van uw naam. Gij Vader, die de harten kent (Hand. 1, 24), geef aan deze dienaar van U (Jes. 42,1), die Gij gekozen hebt voor het bisschopsambt, om uw heilige kudde te weiden (Hand. 20,28) en het hogepriesterschap voor U uit te oefenen zonder verwijt, U dag en nacht dienend, om onophoudelijk uw gelaat gunstig te stemmen en de gaven van uw heilige kerk aan te bieden, en om door de geest van het hogepriesterschap de macht te hebben om de zonden te vergeven volgens uw bevel (Joh. 20,23), de taken/wijdingen te geven volgens uw voorschrift (Hand. 1,26), elke band te ontbinden volgens de macht die Gij aan de apostelen hebt gegeven (Matth. 18,18), om aan U te bevallen door zijn mildheid en zijn zuiver hart, door U een aangename geur aan te bieden (Eph. 5,2), door uw kind Jezus Christus, door wie aan U glorie en macht en eer, met de Heilige Geest zowel nu als in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Over de priesters
En wanneer een presbyter wordt gewijd, laat de bisschop dan zijn hand op zijn hoofd leggen, terwijl de presbyters hem ook aanraken, en zeggen volgens dat wat tevoren is gezegd, zoals wij tevoren hebben gesproken over de bisschoppen, biddend en zeggend:
God en Vader van onze Heer Jezus Christus, kijk naar deze dienaar van U en schenk de Geest van genade en van raad van het presbyterium, dat hij uw volk mag helpen en leiden (1Kor. 12,28) met een zuiver hart, zoals Gij keek naar het volk van uw keuze en Mozes hebt opgedragen oudsten te kiezen, die Gij vervuld hebt met uw Geest die Gij gegeven hebt aan uw dienaar (Num.11, 16-25). En verleen, Heer, dat de Geest van uw genade onuitputtelijk in ons bewaard wordt en maak ons waardig om (in U) gelovend U te dienen in eenvoud van hart, U prijzend door uw kind Christus Jezus, door wie aan U roem en macht, met de Heilige Geest in de heilige kerk, zowel nu als in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Over de diakenen
En wanneer een diaken wordt gewijd, laat hij dan gekozen worden volgens de dingen die tevoren gezegd zijn terwijl de bisschop alleen op gelijke wijze de handen oplegt, zoals we ook hebben voorgeschreven. Alleen de bisschop legt zijn handen op bij het wijden van een diaken omdat hij niet gewijd wordt voor het priesterschap, maar tot de dienst van de bisschop opdat hij dat doet wat door hem wordt bevolen; want hij is geen deelnemer aan het beraad voor de clerus, maar zorg dragend en aangevend aan de bisschop wat nodig is, terwijl hij niet de gemeenschappelijke geest van het presbyterium ontvangt, nl. die waaraan de presbyters deelnemers zijn, maar dat wat hem toevertrouwd is onder het gezag van de bisschop. Laat daarom alleen de bisschop een diaken maken. Maar laten bij een presbyter dan ook presbyters hun handen opleggen wegens de gemeenschappelijke en gelijke geest van de clerus. Want de presbyter heeft alleen hiervan de macht, dat hij ontvangt, hij heeft echter niet de macht om te geven. Daarom wijdt hij geen clerus; maar bij de wijding van een presbyter bezegelt hij die, terwijl de bisschop wijdt. En laat hij zo over een diaken spreken:
God, die alles geschapen hebt en geordend met uw woord, Vader van onze Heer Jezus Christus, die Gij gezonden hebt om uw wil te dienen en aan ons uw plan te tonen, geef uw Heilige Geest van genade en zorgzaamheid en nauwgezetheid aan deze slaaf van U, die Gij hebt uitgekozen om uw kerk te dienen en aan te bieden …
[in uw heilige der heiligen dat wat aan U geofferd wordt door uw aangestelde hogepriester tot de glorie van uw naam, zodat hij, wanneer hij U gediend heeft zonder schande en door een zuivere manier van leven, een hogere rang van de wijding mag verkrijgen en zodat hij U mag eren en verheerlijken door uw Zoon Jezus Christus onze Heer, in wie U glorie en macht en lofprijzing heeft samen met de H.Geest, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen – dit slot van het gebed is alleen in de Ethiopische versie overgeleverd.]

Inhoud en theologie


Het element van de keuze komt zowel bij de bisschop als bij de diaken naar voren, niet bij de presbyter. We weten echter uit de patristische literatuur dat dit ook bij de presbyter gebeurde. De keuze vindt plaats door het volk, maar, zoals in het wijdingsgebed voor de bisschop staat: God is degene die eigenlijk heeft gekozen. Ook bij de wijding blijft God de handelende persoon: Hij stort zijn Geest uit over de wijdeling.

Bij de wijding van een presbyter legt ook het presbyterium de handen op aan de presbyterandus; wat is hiervan de betekenis? We vinden geen parallel van dit gebruik in andere oude wijdingsriten; het maakt geen deel uit van de ons bekende Romeinse traditie. Bradshaw vermoedt dat het om een zeer oude traditie gaat, van de tijd dat de bisschop nog geen aparte functie was, en dat de opmerking bij de diakenwijding is gemaakt toen de positie van de bisschop was veranderd en men verwarring wilde voorkomen. De handoplegging van de bisschop en die van het presbyterium hebben een verschillende betekenis, zo lezen we bij de inleiding tot de diakenwijding: die van de bisschop dient de wijding toe, die van het presbyterium bevestigt die slechts, bezegelt die. De handoplegging van de bisschop wordt gezien als de gave van de Geest. De bisschop alleen heeft het charisma om deze gave door te geven, hij heeft hem immers verkregen door de apostolische traditie. Maar de presbyter deelt in de raadgevende functie van de clerus en de daarbij behorende geestesgaven, die hij ook door de handoplegging van het presbyterium ontvangt. De handoplegging door de andere presbyters benadrukt het collectieve karakter van het presbyterium: zij nemen hiermee de nieuwe presbyter op in hun college. De diaken wordt gewijd voor de dienst aan de bisschop, dus bij hem legt alleen de bisschop de handen op.

In de inleiding voor de diakenwijding wordt uitdrukkelijk het verschil tussen de presbyter en de diaken benadrukt, maar ook het verschil tussen bisschop en presbyter.

Het wijdingsgebed voor de presbyter bestaat uit de aanroeping van God, een gebed om de zending van de Geest van genade en raadgeving voor de kandidaat, en een gebed om behoud van de Geest van genade voor de pasgewijde en de al gewijde leden van het presbyterium.

Het ambt van de wijdeling wordt aangeduid met een oudtestamentische typologie: de 70 oudsten, door Mozes aangewezen om het volk te regeren (Num. 11, 16-17). Sommigen zien hierin de subordinatie van de presbyter aan de bisschop, zoals de 70 oudsten ten opzichte van Mozes; de presbyters delen in de Geest en het ambt van de bisschop. Anderen stellen dat de bisschop nergens met Mozes wordt vergeleken, en dat de vergelijking met de 70 oudsten gaat over de raad en de hulp die de presbyters aan het volk moeten geven, niet aan de bisschop. De subordinatie van presbyter ten opzichte van de bisschop is in deze teksten nog niet zo duidelijk als in die van het latere Sacramentarium Veronense, alhoewel men wel aanzetten kan zien: de bisschop krijgt het primatus sacerdotii, het hogepriesterschap, en hij wordt begiftigd met de spiritus principalis, de geest van leiderschap, terwijl de presbyter de spiritus consilii praesbyterii, de geest van advies van het presbytercollege, ontvangt, die ook een collectieve geest iss. Verder staat in de inleiding tot de diakenwijding te lezen dat de presbyter in tegenstelling tot de bisschop niet het ius dandi ordinationis ontvangt.

Taken

Er worden in het wijdingsgebed geen taken van de presbyter genoemd, zoals wel gebeurt bij de bisschop. Als taken van de bisschop worden vermeld:
1) het weiden van Gods heilige kudde;
2) het hogepriesterschap uit te oefenen;
3) de gaven van de heilige kerk aan te bieden;
4) de macht om zonden te vergeven, wijdingen te verlenen en iedere band (nl. van het kwade) te ontbinden (dat wil zeggen: duivels uit te drijven).

Als aanvullende taan van de presbyter worden vermeld: het helpen en besturen van Gods volk.

Opvallend is dat een verwijzing naar het voorgaan of assisteren bij de eucharistie als taak van de presbyter ontbreekt. Dit wijst wellicht op het feit dat ten tijde van het ontstaan van deze teksten het concelebrerend presbyterium geen actieve rol had in de eucharistie. De bisschop ging voor, omringd door de clerus en de gemeente. Het gebed ziet het presbyterium als een corporatief lichaam, voornamelijk om de christelijke gemeente te leiden, en niet als priesterschap voor het uitoefenen van liturgische functies. In tegenspraak is hiermee de vermelding in de inleiding bij de diakenwijding, dat de diaken in tegenstelling tot de presbyter non in sacredotio ordinatur, hetgeen dus aangeeft dat de presbyter deelt in de sacerdotale of priesterlijke taken van de bisschop (ic. voorgaan tijdens de eredienst. Ook valt op dat zowel bij de bisschop als de presbyter het ministerium verbi dienst van het Woord) ontbreekt.

(door George Dölle)




Bron: Tilburg School of Catholic Theology