Lucepedia

Digitale theologische encyclopedie

Verantwoordelijke redacteur dossier: Petra Stassen
Dossiers » Identiteit

Identiteit

Identiteit en het dreigende verlies daarvan komen in gesprekken over samenvoeging regelmatig aan de orde. Identiteit wordt dan vaak gekoppeld aan de angst om op te gaan in een nieuw, groot en onbekend geheel. Niet altijd duidelijk is daarbij wat met identiteit wordt bedoeld. In de kerkelijke context is primair sprake van ‘kerkelijke identiteit’, zijnde het meest specifieke kenmerk van een geloofsgemeenschap. Deze is niet beperkt tot een lokale geloofsgemeenschap, of deze nu zelfstandig is of bestaat als onderdeel van een grote parochie. Ook een bisdom of kerkprovincie, ja, de hele katholieke kerk, kan men als van een en dezelfde identiteit omschrijven. Deze kerkelijke identiteit wordt niet aangetast door samenvoeging. Onder de noemer van 'identiteit' wordt vaak de manier aangeduid waarop men met elkaar omgaat, de kleuren, geuren en gebruiken die eigen zijn en waar men zich bij thuis voelt: alle dingen die door de jaren en soms zelfs eeuwen heen hun vorm hebben gekregen. Deze eigen geschiedenis van de geloofsgemeenschap en het eigen kerkgebouw spelen een belangrijke rol bij deze identiteit, die meer naar cultuur neigt dan naar identiteit en die zou kunnen worden aangeduid als 'eigenheid'.

Wat is identiteit?
Parochie als veranderende entiteit
Volkskerk
Einde verzuiling
Vaticaans concilie
Visie op lokale kerk
Grote parochies

Wat is identiteit?

De overeenkomsten tussen alle parochies in Nederland - en zelfs daarbuiten - zijn fundamenteler, kenmerkender en talrijker dan de verschillen. Het benadrukken van eigen identiteit kan samenwerking met andere geloofsgemeenschappen behoorlijk belemmeren of zelfs blokkeren. Omdat de term niet zo duidelijk is, wordt identiteit gemakkelijk een breed begrip waar van alles onder valt en die als wal wordt opgeworpen in het zoeken naar datgene dat gemeenschappen verbind. Alleen al om die reden is het van groot belang om goed te verwoorden wat men nu precies onder de identiteit van een geloofsgemeenschap verstaat, en hoe deze zich verhoudt tot andere geloofsgemeenschappen, de diocesane en zelfs de universele kerk. Eigenheid, karakteristieke eigenschappen en activiteiten van lokale geloofsgemeenschappen zijn zeer belangrijk voor de uitstraling daarvan en de beleving van mensen. Zij vormen belangrijke bronnen voor kerkelijke betrokkenheid, scheppen samenhang en brengen pastoraat dichtbij. Dat zijn allemaal zaken die gekoesterd moeten worden en die ook in een grotere organisatie kunnen blijven bestaan. Het gesprek moet dan ook dáár over gaan: hoe kunnen we lokale eigenheid bewaren, in een groter geheel?

Parochie als veranderende entiteit

In het verleden had de katholieke kerk vaak een duidelijk herkenbare eigen identiteit, die opgebouwd werd uit een groot aantal elementen. De historische rijkdom aan gebouwen laat zien dat het parochieleven zich niet alleen in het kerkgebouw afspeelde, maar ook daarbuiten op allerlei maatschappelijke, culturele, sociale en zelfs sportieve terreinen. Katholieken konden hun hele leven leiden, met alle aspecten die erbij hoorden, waarbij zij nauwelijks 'andersdenkenden' ontmoetten. Dit typisch Nederlandse verschijnsel van de verzuiling is vele malen beschreven als een helder gestructureerd en ook zeer gesloten geheel: een sterke eigen identiteit. In de periode van katholieke emancipatie speelde deze bovendien een essentiële rol in het ontwikkelen van zelfbewustzijn van katholieken in Nederland en parochie waren de natuurlijke ontmoetingsplekken van katholieke groepen en organisaties.

Volkskerk

Alhoewel de ‘gemiddelde parochie’ niet bestond, had men toch een sterk besef samen voor dezelfde zaak te staan: de katholieke kerk als volkskerk. Onderliggende verschillen waren ondergeschikt aan het besef van deze katholieke eenheid en verbondenheid. Ook als parochies werden toegewezen aan religieuzen, die een eigen accent konden leggen in het parochiepastoraat, bleef het besef van eenheid bewaard. De formele toewijzing van parochies aan religieuzen bestaat niet meer, toch kunnen de tradities en gebruiken die men vanuit een bepaalde religieuze traditie belangrijk vindt de huidige eigenheid van een parochie nog steeds sterk bepalen. Zoals ook andere, vaak historisch of geografisch te verklaren elementen, dat doen.

Einde verzuiling

In korte tijd is de verzuiling tamelijk radicaal afgebroken. Dit is het begin van een nieuwe tijd, die de parochie niet onberoerd heeft gelaten. Ondanks het samenvoegen van parochies en het verdwijnen van kerkgebouwen is de institutionele vorm van lokaal pastoraat een succesvol instrument gebleken. Met andere woorden: de parochie is in de afgelopen decennia weliswaar fundamenteel van aangezicht veranderd, zij is in de vorm met een aantal kenmerkende kernelementen nog steeds een effectief instrument van katholiek pastoraat.

Vaticaans concilie

Sinds het Vaticaans concilie heeft de katholieke kerk een nieuwe opstelling gekozen in de samenleving. In plaats van een afgezonderde, en een zichzelf sturende – en in die zin volkomen - gemeenschap te zijn, heeft zij zich gerealiseerd dat zij deel uitmaakt van de samenleving. Haar boodschap is dus niet meer alleen tot het eigen publiek gericht, zij wil haar leer, ook de sociale leer, bekend maken aan iedereen die het wil horen. Wie werkelijk deel wil uitmaken van de samenleving, kan zich niet losmaken van maatschappelijke ontwikkelingen en problemen. Zo houden ontwikkelingen in de samenleving ook de katholieke kerk bezig. De katholieke sociale leer getuigt daarvan. Zo doet ook de kerk haar voordeel met de vooruitgang in de wereld en gebruikt bijvoorbeeld zelf moderne communicatiemiddelen om haar doelen te bereiken. Verworvenheden op maatschappelijk, politiek, economisch en juridisch terrein krijgen - indien het passend is - een plaats in het kerkelijk systeem. Dat systeem is dus niet meer gesloten, maar poreus. Dit geldt ook voor parochies, die zich - door het aanbrengen van een aantal vernieuwingen - in het huidige tijdsgewricht kunnen ontplooien.

Visie op lokale kerk

De katholieke kerk is een episcopale kerk en dat betekent dat zij is opgebouwd uit de lokale kerken die geleid worden door een bisschop. Het theologische begrip ’lokale kerk‘ duidt op de diocesane kerk en niet op de parochie. Deze gedachte is door het Tweede Vaticaanse concilie versterkt door de visie op de katholieke kerk als een gemeenschap van lokale kerken die allemaal geleid worden door hun eigen bisschop. Dit betekent voor de parochie dat zij zich als onderdeel van die katholieke gemeenschap van kerken beschouwt. Doordat zij onderdeel is van de diocesane kerk, blijft zij verbonden met de Kerk van Christus. Haar identiteit wordt gedragen door haar eigen geloofsgemeenschap, door haar plaatselijke pastorale leiding én door die verbondenheid met de diocesane en universele Kerk.

Grote parochies

Grote parochies zijn opgebouwd uit een aantal afzonderlijke geloofsgemeenschappen. Deze hebben sterke gebruiken en tradities waar mensen zich bij thuis voelen. Dat is hun eigenheid en die vormt een belangrijke basis die de samengestelde parochie niet zal kunnen en/of willen vervangen. Juist integendeel. Zij heeft tot opdracht de middelen te verschaffen en te beheren die deze geloofsgemeenschappen in staat stellen om hun eigen profiel en karakter, hun eigenheid, te bewaren en eventueel te verdiepen of uit te bouwen. De parochie is eerder dienstbaar aan de lokale plekken waar kerk beleefd wordt en in concrete activiteiten gestalte krijgt, dan dat zij op de voorgrond staat. De belangrijkste uitdaging voor de katholieke parochie is om - ondanks alle reële problemen - bekend te staan als een pluriforme en aantrekkelijke vindplaats van spiritualiteit, als bron van zinvol nadenken en bezinnen over de geestelijke kwaliteit van het menselijk samenleven. Of zij daarin slaagt zegt alles over haar identiteit.