Werkwoord: יָכְלוּ – jaakeloe
Eerste stap: de hulpletters verwijderen.
| י - jod? | → | nee! geen preformatief |
| Persoonsuitgang וּ - oe | → | derde persoon mannelijk meervoud |
- De drieradicalige wortel blijft staan.
- Het werkwoord is: יכל – jaakool (a-o, stativisch), “in staat zijn, kunnen”
Tweede stap: de vervoeging preciseren.
- Aanwijzingen: geen preformatief, een persoonsuitgang en de vocalisatie van “qaateloe”
- → afformatieve conjugatie (AC), derde persoon mannelijk meervoud.
Resultaat: “zij waren in staat”
Verwante voorbeelden: van het werkwoord יכל – jaakol, “in staat zijn, kunnen”
