Begrippenlijst

Aansporende wijs of modus cohortativus

  • Betekenis: Gebruik van het werkwoord als aansporing, zoals: ‘Laten we gaan’. De vorm van de aansporende wijs is een afgeleide van de preformatieve conjugatie. Bedoeld zijn de aansporingen voor de eerste persoon, enkelvoud en meervoud. Deze hebben een eigen vorm, herkenbaar aan het achtervoegsel ה ָ. De tweede en derde persoon kunnen ook samengaan met een aansporing, maar deze wordt hier beschouwd als functie van de jussieve wijs.
  • Werkboek: p. 56.
  • Verwijzing: Start video Het sterke werkwoord 04
  • Voorbeeld: וְאֵימִנָה we’eemienaa

Aantonende wijs of modus indicativus

Accenten

  • Betekenis: Accenten helpen enerzijds de woorden en zinnen goed beklemtoond uit te spreken, anderzijds scheiden of verbinden zij de woorden in een zin. De belangrijkste scheidende accenten (distinctieven) zijn de sof passoeq ׃ aan het einde van elk vers, de silloeq en mèteg ֽ bij de laatste hoofdklemtoon,de hoofdversdeler ‘atnaach ֑ en de versdeler zaqeef ֔. Het belangrijkste verbindende accent (coniunctief) is de munaach ֣. Daarnaast kent het Hebreeuws de ‘verbinder’ maqqeef ־, die de woorden tot een eenheid maakt.
  • Werkboek: p. 25.
  • Verwijzing: Start video Accenten

Achtervoegsel of suffix

  • Betekenis: Woord of morfeem (klein, betekenisdragend element) dat als bijbehorend bij een woord aan de achterkant van dat woord wordt geplaatst en nooit zelfstandig kan voorkomen. Hier wordt met de term 'suffix' altijd het Hebreeuwse enclitische (samensmeltende) verbonden persoonlijke voornaamwoord bedoeld. Vergelijk: voorvoegsel.
  • Werkboek: p. 35; 41; 68.
  • Verwijzing: Start video Verbonden pers. voornaamwoorden: suffixen
  • Voorbeeld: לְמַסָּעָיו lemassaa‘aaw

Afformatieve conjugatie (AC)

Apocopaat-vorm

Assimilatie

  • Betekenis: Gehele of gedeeltelijke gelijkwording van twee aan elkaar grenzende medeklinkers, zoals: "onmiddellijk" dat wordt uitgesproken als "om-middellijk". In deze cursus wordt de term in het bijzonder gebruikt wanneer de letter נ (noen) wegvalt tegen een volgende letter. De noen laat hierbij een verdubbeling (dageeš) achter in de volgende letter. Een tweede voorbeeld is het koppelteken ו (waw), dat tot וּ - oe wordt vóór medeklinkers met šewa alsmede voor de letters ב (beet), מ (meem) en פ (pee). Het tegenovergestelde fenomeen bij klinkers noemen we dissimilatie.
  • Voorbeeld: אֶתְּנֶנָּה ’ettenennaa

Basisstam

  • Betekenis: Werkwoordsstam, ook ‘grondstam’ of qal (‘kale stam’) genoemd. De basisstam komt overeen met de drie-radicalige wortel van het werkwoord, die bij de meeste werkwoorden wordt gevocaliseerd als: קָטַל - qaatal. Met deze wortel worden de verschillende vormen van de afformatieve en preformatieve conjugatie gevormd. Gewoonlijk wordt met ‘basisstam’ het ‘gewone’, actieve gebruik van het werkwoord bedoeld (oftewel: qal). Niettemin wordt naast het actieve qaatal (‘hij doodt’) ook de bijbehorende nif‘al–stam, dat is de variant niqtal (‘hij wordt gedood’) gerekend tot de basisstam. Deze wederkerige of passieve betekenis wordt gekenmerkt door de letter נ (noen) die aan de stam is toegevoegd.
  • Werkboek: p. 48; 52.
  • Verwijzing (eerste deel): Start video Het sterke werkwoord 01
  • Verwijzing (tweede deel): Start video Het sterke werkwoord 02
  • Voorbeeld: עָשָׂה ‘aasaa

Chateef-vocalen

Dageeš

  • Betekenis: De dageeš is een punt in de letter. De dageeš lene (een ‘lichte verscherper’) geeft in de begadkepat-letters aan dat deze letter hard moet worden uitgesproken. Dit laten wij alleen nog horen bij de letters ב (beet), כ (kaf) en פ (pee). Een verdubbeling van de letter wordt aangegeven met de dageeš forte (een ‘krachtige versterker’). Aan een letter met de dageeš forte gaat vanzelfsprekend altijd een vocaal vooraf. De punt in de slotletter ה (hee) noemen we een mappieq. Deze geeft aan dat de hee hier geen leesmoeder is. Keelletters laten zien niet verdubbelen.
  • Werkboek: p. 22
  • Verwijzing: Start video Dageeš

Deelwoord of participium

Dissimilatie

  • Betekenis: Veranderingen van één of meer klinkers in een woord of woordverband, zodanig dat zij minder op elkaar lijken, zoals: "d'r haar". Een voorbeeld in het Hebreeuws is dat het lidwoord הַ - ha, kan worden tot הֶ - he wanneer de eerstvolgende klinker een qamets is. Het tegenovergestelde fenomeen bij medeklinkers noemen we assimilatie.

Gebiedende wijs of modus imperativus

Jussieve wijs of modus iussivus

  • Betekenis: Gebruik van het werkwoord als bevel of wens, zoals: ‘Hij moet gaan’, ‘moge hij gaan’, of ‘laat hij gaan’. De Hebreeuwse jussieve vormen zijn meestal gelijk aan de indicatieve vormen van de preformatieve conjugatie en bestaan voor de tweede en derde persoon. De vormen van de eerste persoon worden hier gerekend tot de aansporende wijs. Gebruik van de jussieve mode is herkenbaar door grammaticale aanwijzingen in de tekst. Het best passende hulpwerkwoord kan men kiezen op basis van de semantische context. Naast een zelfstandig gebruik wordt de jussief gebruikt als bouwsteen voor de vertelmode en de verhinderwijs.
  • Verwijzing: Start video Het sterke werkwoord 04
  • Voorbeeld: תְהִי tehie

Keelletters

  • Betekenis: Ook gutturalen genoemd. De Hebreeuwse keelletters zijn de א (‘alef), ה(hee), ח (cheet) en ע (‘ajin). De ר (reeš) gedraagt zich vaak als keelletter. De twee belangrijkste kenmerken van keelletters zijn dat ze van nature een voorkeur voor de aa of è-klank hebben en dat ze zich niet laten verdubbelen. Als de verdubbeling niet door kan gaan vindt in de lettergreep die eigenlijk had moeten worden afgesloten met de keelletter compensatie plaats: de lettergreep wordt open en krijgt een lange klinker. Of er treedt virtuele verdubbeling op: de vocaal blijft dan kort.
  • Werkboek: p. 29; 31
  • Verwijzing (keelletters): Start video Het alfabet: letters met een verhaal
  • Verwijzing (keelletters in werkwoorden): Start video Werkwoord met keelletters

Klinkers

  • Vocalen, soms gekoppeld aan een leesmoeder, zoals vastgesteld door latere tekstoverleveraars en te verdelen in volledige (zie hieronder) en onvolledige (zie šewa en chateef-vocalen) klinkers. De volledige klinkers zijn de volgende: ָ - qamets, lange aa; ַ - patach, korte a; ֶ - segol, korte e; ֵ – tseree, lange ee; ִ - chiereq, lange of korte ie; ֹ – cholem, lange oo; ֻ - qibboets, lange of korte oe.
  • Verwijzing: Werkboek p. 16
  • Verwijzing: Start video Het moet klinken

Leesmoeders

  • Betekenis: Leesmoeders zijn medeklinkers die men als klinker is gaan gebruiken. Letters die zich hiervoor lenen zijn de ו (waw, die staat voor oo of oe), י (jod, ie, ee of è), א (alef, alle lange klinkers) en ה (hee, uitsluitend aan het einde van het woord voor aa, ee, è of oo). Deze letters zijn leesmoeders als er een verwante klinker aan voorafgaat en er geen klinker meer op volgt.
  • Verwijzing: Werkboek p. 17
  • Verwijzing: Start video Leesmoeders

Letters met een dubbele uitspraak

Nominale vormen van het werkwoord

Onbepaalde wijs of modus infinitivus

  • Betekenis: De onvervoegde vorm van het werkwoord, ook ‘het hele werkwoord’ genoemd, zoals: het komen. Hier tegenover staat het finitum, dat is de vervoegde vorm van het werkwoord. In het Hebreeuws zijn er twee infinitieven, gerekend tot de preformatieve conjugatie: de ‘gewone’ infinitief (infinitivus constructus) en de absolute infinitief (infinitivus absolutus). De gewone infinitief wordt zoals in het Nederlands gebruikt en kan bijvoorbeeld worden verbonden met voorzetsels en suffixen. De absolute infinitief staat geïsoleerd en heeft onveranderlijke vocalen. Een functie van de absolute infinitief is het gebruik als bevel.
  • Werkboek: p. 56.
  • Verwijzing: Start video Het sterke werkwoord 04
  • Voorbeeld: לָשֶׁבֶת laašebet

Preformatieve conjugatie (PC)

Qamets

  • Betekenis: Vocaal ָ - lange aa en korte o. De qamets wordt uitgesproken als een lange aa, tenzij hij staat in een gesloten lettergreep zonder accent. In dat geval wordt de qamets uitgesproken als een korte o en ‘qamets chatoef’ genoemd. De qamets direct voor een chateef-vocaal wordt een qamets chatoef, zoals in: נָעֳמִי - no‘omie. De qamets voor een qamets chatoef wordt soms een qamets chatoef, afhankelijk van het type voorvoegsel waarin de eerste qamets staat. In de Biblia Hebraïca Stuttgartensia wordt het accentteken bij vervoegingen van de afformatieve conjugatie soms achterwege gelaten. De eerste qamets in deze werkwoorden lezen we alsof er een accentteken zou staan, zoals: qaatelaa, “zij heeft gedood” (niet: qotlaa).
  • Werkboek: p. 16; 28.
  • Verwijzing: Start video Qamets chaţoef
  • Voorbeeld (in lecture): Start video Exodus 20,5a

Segolata

  • Betekenis: Type zelfstandig naamwoord of werkwoordsvorm (meestal infinitief) waarbij de onbeklemtoonde klinker segol als hulpvocaal is ingeschoven in de tweede lettergreep, zoals: מֶלֶךְmelek (koning). Dit type naamwoord ontstond nadat oude uitgangen waren weggevallen en sommige naamwoorden eenlettergrepig en dubbel gesloten werden, zoals in: מַלְךְ - malk. De stamvocalen aa, ie en oe assimileerden tot è, ee en oo.
  • Werkboek: p. 40.
  • Verwijzing: Start video Naamwoorden met segol
  • Voorbeeld (naamwoord): אָהֳלֹה ’oholoo
  • Voorbeeld (werkwoord): לָשֶׁבֶת laašebet

Šewa

  • Betekenis: De šewa is een dubbele punt onder een letter, die op twee manieren wordt gebruikt. De šewa quiescens (een ‘stomme šewa’) staat onder een letter die geen klinker bij zich draagt en waarbij ook geen klinker wordt uitgesproken, zoals in: יִקְטֹלjiqtol. De šewa mobile (een ‘bewegelijke šewa’) duidt een toonarme e aan, zoals in: קְטֹל – qetool. Er zijn vier situaties waarin de šewa mobile is: als hij bij de eerste letter van het woord staat, als er een dageeš in de bijbehorende letter staat, als hij volgt op een lange klinker en als hij volgt op een šewa (de eerste is automatisch quiescens).
  • Werkboek: p. 20
  • Verwijzing: Start video Šewa
  • Voorbeeld: וְאִשְׁתּוֹ we’ištoo

Stam met het voorvoegsel ha (הַ)

  • Betekenis: Werkwoordsstam, ook ‘causatieve stam’ genoemd. De stam kenmerkt zich door het voorvoegsel הַ (ha) en heeft gewoonlijk een oorzakelijke (causatieve) betekenis. De ‘gewone’ of actieve vorm is de stam hif‘iel. De bijbehorende passieve betekenis of hof‘al-stam is te herkennen aan het voorvoegsel הַ (ha) in combinatie met de oo of oe-klank.
  • Werkboek: p. 48; 58; 60.
  • Verwijzing: Start video Het sterke werkwoord 02
  • Voorbeeld: וְאֵימִנָה we’eemienaa

Statieve en fiëntische werkwoorden

  • Betekenis: Statieve werkwoorden zijn werkwoorden die een toestand of een eigenschap uitdrukken, zoals: ‘klein zijn’. Statieve werkwoorden zijn altijd onovergankelijk: er kan geen lijdend voorwerp bij worden geplaatst en ze kunnen niet passief worden gemaakt. In het Hebreeuws variëren de sterke statieve werkwoorden in vocalisatie op de grondstam, meestal met de klanken aa - ee en aa - oo. Fiëntische werkwoorden zijn de werkwoorden die niet statief zijn. Zij zijn altijd overgankelijk.
  • Verwijzing: Start video Het sterke werkwoord 03
  • Voorbeeld (statief werkwoord): כָּבֵד kabeed

Status constructus

  • Betekenis: Een verbinding van twee Hebreeuwse naamwoorden, doorgaans wordt de verbinding van een woord met een tweede woord door middel van een maqqeef bedoeld. De verbinding drukt uit dat de twee woorden bij elkaar moeten worden gedacht, meestal bezittelijk (possesief, zoals: “het paard van de koning”) of relationeel (zoals: “de inwoners van Jeruzalem”). Het eerste woord van de verbinding staat in de status constructus (dit is het nomen regens). Dit woord ontleent zijn bepaaldheid aan het tweede woord, dat in de status absolutus staat (het nomen rectum). Het eerste woord heeft dus geen lidwoord en staat bovendien zijn (hoofd)accent af aan het tweede woord, waarmee het een nieuwe klankeenheid vormt.
  • Verwijzing: Start video De status constructus
  • Voorbeeld: בְּעָרֵי be’aaree

Sterke en zwakke werkwoorden

  • Betekenis: Sterke werkwoorden zijn werkwoorden met drie onveranderlijke radicalen, die hetzelfde vervoegingspatroon volgen. Men vindt in alle vormen de drie radicalen van de wortel terug. Een aparte groep binnen de sterke werkwoorden vormen de werkwoorden met keelletters, die klankveranderingen met zich mee kunnen brengen. Bij zwakke werkwoorden zijn één of meer radicalen instabiel. In de verschillende vervoegingen kunnen één of twee radicalen assimileren of worden uitgestoten (elisie). Vergelijk de zwakke werkwoorden: primae noen; primae waw-jod; tertiae hee; mediae vocalis; en ultimae geminatae.

Verdubbelingsstam

‘Verhinderwijs’ of modus prohibitivus

  • Betekenis: Genegeerde (negatief gemaakte) tegenhanger van de gebiedende wijs. In het Hebreeuws geconstrueerd met gebruik van אַל – ‘al’ (niet) + een vorm van de jussieve wijs.
  • Voorbeeld: תְהִי tehie

Vertelmode of modus narrativus

Voorvoegsel of prefix

  • Betekenis: Woord of morfeem (klein, betekenisdragend element) dat als bijbehorend bij een woord aan de voorkant van dat woord wordt geplaatst. Bekende voorbeelden in het Hebreeuws zijn de proclitische (dat is: ‘samengesmolten’, bijvoorbeeld: ‘’k Maakte…’) voorzetsels, copula ו (waw), lidwoord en het voorvoegsel הַ (ha) bij de causatieve stamformaties van het werkwoord. Ook niet-proclitische woorden kunnen als voorvoegsel worden gebruikt, bijvoorbeeld het vragende voornaamwoord מָה dat aan het woord wordt gebonden met een maqqeef. Vergelijk: achtervoegsel.
  • Voorbeeld: בְּעָרֵי be`aaree

Werkwoordsstammen

Wijs of modus van het werkwoord

Zwakke werkwoorden: primae noen

  • Betekenis: Werkwoorden die met een נ (noen) beginnen, aangeduid als נ //פ (pee-noen). Veel van deze werkwoorden zijn van oorsprong twee-radicalig, dus een-lettergrepig. De noen is meestal aan de wortel toegevoegd en geeft òf een beweging aan, òf is klanknabootsend. In de vervoegde vormen valt op dat de noen gemakkelijk assimileert aan de volgende consonant en daarin, zo mogelijk, een verdubbeling oplevert. Soms gaat de noen verloren in de imperatief en infinitief. Het werkwoord לקחlaqach, ‘nemen’, gedraagt zich als contrair woordpaar met ‘geven’ volgens het type primae noen.
  • Werkboek: p. 88.
  • Verwijzing: Start video Zwakke werkwoorden: Primae nun
  • Voorbeeld: אֶתְּנֶנָּה ’ettenennaa

Zwakke werkwoorden: primae jod

Zwakke werkwoorden: primae waw-jod

Zwakke werkwoorden: mediae vocalis

  • Betekenis: Werkwoorden die in de wortel een vocaal hebben en daardoor eenlettergrepig zijn (vandaar: ‘holle wortel’), aangeduid als וי // ע (‘ajin-waw/jod). Dit type werkwoord vertoont in alle stamformaties afwijkingen van het gewone sterke werkwoord. In de afformatieve conjugatie is er sprake van een werkwoordelijk gebruik van een bijvoeglijk naamwoord (geconjugeerd verbaaladjectief), zoals ‘overeind’, ‘rechtop’, dat ‘hij staat overeind’ wordt. Omdat men van de qatal-vorm vaak niet de vocaal kan aflezen, wordt dit type werkwoord in woordenboeken weergegeven in de infinitief van qal.
  • Werkboek: p. 110.
  • Verwijzing: Start video Zwakke werkwoorden: Mediae vocalis
  • Voorbeeld: וְשַׂמְתִּי wesamtie

Zwakke werkwoorden: tertiae hee

  • Betekenis: Werkwoorden die van oorsprong met een ו (waw) of י (jod) eindigen, geworden tot ה (leesmoeder hee), aangeduid als ה // ל (lamed-hee). Dit type werkwoord vertoont door de zwakke slotvocaal in alle stamformaties afwijkingen van het gewone sterke werkwoord In tegenstelling tot andere zwakke werkwoordtypen kent het type tertiae hee aparte, verkorte vormen voor de jussieve wijs, waarbij de uitgang ה ֶ- e wegvalt. De infinitieven eindigen op וֹתoot. Twee veelvoorkomende zwakke werkwoorden, היהhaajaa, ‘zijn’, en חיה - chaajaa, ‘leven’, leveren weinig problemen op. Een bijzonder werkwoord is חוה, - chaawaa, ‘zich neerbuigen’, dat de stamformatie hišt‘afal gebruikt, met הִשְׁתְּ - hišt als preformatief element.
  • Werkboek: p. 100.
  • Verwijzing: Start video Zwakke werkwoorden: Tertiae hee
  • Voorbeeld: לִמְנוֹת limnoot

Zwakke werkwoorden: ultimae geminatae

  • Betekenis: Werkwoorden die met twee dezelfde medeklinkers eindigen, aangeduid als ע // ע (‘ajin-‘ajin). Dit type werkwoord vertoont in alle stamformaties afwijkingen van het gewone sterke werkwoord. Er kunnen twee vormen worden onderscheiden: de primaire, eenlettergrepige stamvorm, die statief is, en de tweelettergrepige stamvorm, die fiëntisch is. Opvallend zijn de onregelmatigheden in de verdubbelingsstammen, waardoor deze niet pi‘el, pu‘al en hitpa‘el worden genoemd, maar polel, polal en hitpolel.
  • Werkboek: p. 119.
  • Verwijzing: Start video Zwakke werkwoorden: Ultimae geminatae