Werkwoord: כָּבֵד - kaabeed

Eerste stap: de eventuele hulpletters verwijderen.

Geen.

  • Drie radicalen blijven staan.
  • → De wortel is gevonden:
  • כּבדkaabeed, “zwaar zijn; rijk zijn”
  • Dit is een stativisch werkwoord.

Tweede stap: de precieze vervoeging herkennen.

  • Aanwijzingen: vocalisatie a-e, geen preformatief en geen persoonsuitgang
  • → Afformatieve conjugatie (AC) derde persoon mannelijk enkelvoud
  • → “hij was rijk
  • → Maar ook: deelwoord!
.
  • Indicatieve modus (qatal) of participiaal (qoteel)?
  • → Dat maakt hier (Gn 13,2) weinig uit voor de betekenis.

Resultaat:hij was rijk

Verwante voorbeelden: van het werkwoord - כּבד - ’kaabeed, "zwaar zijn; rijk zijn"